Kitty, Anna en Willem Laméris, kunsthandelaren in glas

‘Breekbaar en waardevol’

Al drieënvijftig jaar bestaat de Amsterdamse kunst- en antiekhandel Frides Laméris. De zussen Anna en Kitty en broer Willem namen in 2003 de winkel over, met hun moeder als adviseur, toen hun vader overleed. Glas en keramiek is hun specialisme. Een gesprek over het vak, over glas als verzamelobject, over de waarde ervan en over de passie van hun klanten en van henzelf.

Koos de Wilt voor Collect

 

De ontmoeting met de twee zussen Anna en Kitty en hun broer Willem vindt plaats aan de grote tafel middenin de winkel aan de Amsterdamse Spiegelstraat. Langs alle wanden staat in verlichte vitrines de bijzondere collectie glas, tegels en aardewerk uitgestald. Op de tafel prijkt bont gekleurd Nederlands porselein met een enorme hoeveelheid pakpapier ernaast. Het is laat in de middag en misschien al wel tijd voor een glas rode wijn, suggereert Willem. De keramiek wordt weggeschoven en een mooie Italiaanse wijn wordt voor de gelegenheid geschonken uit 18de-eeuwse slingerglazen. ‘Thuis drinken we altijd uit negentiende-eeuws glas’, vertelt Kitty. ‘Dat is mooi, maar geen ramp als het breekt.’ Samen met hun jongere broer Willem zijn de zusters na de dood van hun vader Frides Laméris in 2003 verder gegaan met hetgeen hun ouders in 1963 hebben opgezet. Moeder Trudy Laméris-Essers is inmiddels 85, maar wordt nog dagelijks betrokken bij de gang van zaken. Vooral als het gaat over Chinees porselein. Kitty: ‘Op dit moment heeft ze wat minder tijd, want ze heeft een nieuwe vriend met wie ze veel reist.’ De kunsthistorici Anna en Kitty Laméris zijn bij een groot publiek bekend van hun optredens, zoals in Tussen Kunst & Kitsch, een taak die hun vader eerder op zich had genomen. Als mensen nu op zolder een bijzonder glas vinden, zijn de gezusters degenen die beoordelen of het wat is. Ook komen er regelmatig mensen met een mandje onder hun arm de winkel binnen. ‘Het glas wordt omgedraaid om het pontilmerk, het merktekentje aan de onderkant dat eruit ziet als een soort litteken, te bekijken. De luchtbelletjes worden geanalyseerd, er wordt gewogen, geluisterd en goed gekeken. In negentig procent van de gevallen is dergelijk glaswerk niet heel bijzonder. Soms ontdekken we iets unieks, zoals kort geleden ‘het oude borrelglas van opa’, dat een zeldzaam gekleurd achttiende-eeuws slingerglas bleek te zijn. Zoiets is dan meer geld waard dan de bezoeker dacht.’  

 

‘Ons land is bijzonder omdat vriendschapsglazen en huwelijkglazen hier niet gemaakt werden voor koningen, maar voor rijke koopmansfamilies.’

Glasgeschiedenis

Wat zijn eigenlijk de grote momenten in de geschiedenis van glas? Kitty: ‘Veel Romeins glas is bewaard gebleven omdat het met de doden begraven werd. Van middeleeuws glas is er weinig. In die tijd werden er voornamelijk simpele bekertjes gemaakt, dat werd gebruikt tot het kapot ging en werd weggegooid. Als er wat gevonden wordt wat nog heel is, dan is dat meteen veel waard. De glasproductie is in Europa in de vijftiende eeuw pas weer echt begonnen in Venetië, dat later in de zestiende eeuw beroemd werd om zijn cristallo, zo genoemd omdat het kleurloze bergkristal imiteerde. In de zeventiende verschoof de belangrijkste  glasproductie richting het noorden van Europa, in de achttiende eeuw vond deze vooral plaats in Engeland en Duitsland en werden de gegraveerde gelegenheidsglazen in Nederland gemaakt. Anna: ‘Ons land is bijzonder omdat vriendschapsglazen en huwelijksglazen hier niet werden gemaakt voor koningshuizen, zoals in de rest van Europa, maar voor rijke koopmansfamilies. Aangezien er veel geld was, was er een hoge productie. Hoeveel er in die tijd gemaakt is weten we niet precies: de scherven werden aan de deur opgehaald, deze werden gebruikt voor het afkoelen van de oven bij het maken van nieuw glas.’

 

De typische verzamelaar

Hoe kun je de glasverzamelaar typeren? Kitty: ‘Glas verzamelen is risicovol simpelweg omdat het kan breken. Mensen die het verzamelen hebben dus het nodige lef nodig. Een grappige tegenstelling: de breekbaarheid van het glas vraagt om voorzichtigheid maar trekt juist mensen die risico’s durven te nemen.’ Anna vult aan: ‘Bij onze klanten gaat het verder dan iets moois en showing off. Mensen zijn geïnteresseerd in het verhaal eromheen. Het verdient vaak een zekere mate van studie.’ Willem ziet de verzamelaar wat breder: ‘Ik heb ook regelmatig klanten die het gewoon mooi vinden, zonder het verhaal.’ Kitty: ‘Bij Romeins glas kun je stellen dat het wordt gekocht omdat het door de vorm en de kleuren prachtig staat in een interieur. Maar het feit dat je naar iets kwetsbaars kijkt dat al tweeduizend jaar bestaat, maakt het ook een pièce de conversation, iets waarover mensen meer willen weten. Voor het gegraveerde glas geldt dat ook. Wat staat er, wat betekent dat en in welke context is het gemaakt?’

 

Een bijzonder moment

Het hele vak draait om rituelen, dat maakt het zo bijzonder volgens Kitty: ‘Onze vader zei altijd dat elk bijzonder moment in het leven een eigen glas verdient. Of dat nu is bij een geboorte, het vieren van een vriendschap of bij een afscheid. Er kwam hier eens een kersverse vader binnen die buitengewoon uitgelaten was. Hij wilde iets doen met dat mooiste moment in zijn leven en kocht voor duizenden guldens een kraamvrouwenglas. Mensen leggen zelf de link tussen de breekbaarheid van het glas en de waarde van het leven.’ Anna knikt: ‘Het lijkt erop dat de patriottenstrijd in de achttiende eeuw is gevoerd met de vriendschapsglazen. Zowel de orangisten als de patriotten hadden hun eigen glazen waarmee ze dronken op hun vriendschap. Kort geleden hebben we een vriendschapsglas verkocht met een opschrift over een dronk die je uitbrengt op de absente vrienden. Dit ontroerde de vrouw die het kocht, haar overleden man dronk altijd op de afwezige vrienden en geliefden.’ Je hoort weleens dat jonge mensen niet meer zo gericht zijn op het bezitten van spullen, zij zouden meer willen delen. Het zou bij hen vooral gaan over de ervaring. Zien zij ook een zo’n trend? Anna: ‘Bij een vriendschapsglas gaat het ook om het delen van een ervaring. Je hebt het glas én de ervaring. Willem: Het gaat bij sommige klanten ook niet zozeer om het hebben, maar vooral om het glas weer één of twee generaties veilig verder te brengen. Als verzamelaar kun je de rol vervullen van een conservator in de tijd.’

 

‘Onze vader zei altijd dat bij elk bijzonder moment van het  leven er een glas aan te pas komt. Of dat nu is bij de geboorte, bij het vieren van een vriendschap of bij een afscheid.’

Contact met het verleden

Bij glas gaat het ook om de geschiedenis ervan. Je drinkt bijvoorbeeld uit een glas waarvan je weet dat deze gebruikt is bij de bezegeling van een specifieke gebeurtenis in de achttiende eeuw. Anna: ‘Ik kreeg kort geleden een glas in handen met de naam Jan Clemens erop, een schuttersglas. Ik ben hem gaan opzoeken in de archieven, het bleek dat hij een kapitein was uit Amsterdam, er is bekend wie zijn vrouw en kinderen waren. Het voelt dan alsof je iemand uit een andere tijd een hand geeft als je zoiets vindt.’ Nog een andere herinnering komt op bij Anna: ‘We kregen een keer een glas met een oorspronkelijke kist erbij met een knalroze zijden stoffering binnenin, helemaal in tact. Ik ben toen naar wat inboedels gaan kijken waarvan ik vermoedde dat ze er iets mee te maken konden hebben. Daarin vond ik – als een speld in een hooiberg – de omschrijving een ‘grote bokaal in een kistje’. Dat levert dan een vreugdedans op in het archief. Als ik daarna weer in de winkel kom, geven we elkaar een groepshug. De conservator van het Amsterdam Museum reageerde enthousiast op de ontdekking, ook hij doet dan mee in de groepshug, haha. Nu staat het kistje met het glas in het Amsterdam Museum.’

 

Een goddelijk glas

Is glas verzamelen van alle tijden? Kitty: ‘Toen onze ouders begonnen, was glas nog niet zo’n verzamelobject als nu. Dat levert dan ook hogere prijzen op. Toch zijn er altijd belangrijke verzamelaars geweest, zelfs in het verre verleden. Ik gebruik heel vaak in mijn lezingen het beroemde schilderij van Bacchus van Caravaggio dat in het Uffizi in Florence hangt met daarop waarschijnlijk het meest iconische glas van de wereld. Ik dacht altijd dat er bij de afbeelding van de wijngod een mooi glas was gezocht. Het schilderij bleek besteld door kardinaal Francesco del Monte, bevriend met de latere groothertog Ferdinando de’ Medici. De kardinaal had een geweldige collectie waarvan in 1604 vier boeken zijn gemaakt. Daarin staan glazen zoals dít glas. Dus nu lijkt het plausibel, in ieder geval voor mij, dat Carravaggio en Cardinal del Monte dit onderwerp samen hebben gekozen om zo’n glas zo mooi mogelijk te laten uitkomen. En bij zo'n mooi glas hoort het allerbeste, een god dus, de wijngod, en niet andersom en daarmee is het een goddelijk glas.’ Willem: ‘Glas laat mensen niet onberoerd, zo merken we nog steeds. Bij degenen die bij ons iets kopen, gaat er vaak iets aan. Er ontstaat een fascinatie die naar meer smaakt. Dan gaan ze door.’ Anna vult aan dat het soms ook gaat om iets eenmaligs: ‘Dat gebeurde bijvoorbeeld kort geleden bij iemand die van een vriend gehoord had dat wij een oud glas hadden met de naam van het dorpje erop waar hij was gaan wonen. Precies dat glas wilde hij hebben.’ Kitty schiet in de lach: ‘Dat weten jullie nog niet, maar dat echtpaar is vorige week hier weer geweest op zoek naar een nieuw glas.’ Anna: ‘Dat meen je niet?! Wat bijzonder!’

 

‘Het voelt alsof je iemand uit die andere tijd een hand geeft als je uit zo’n glas drinkt.’

Het Rijksmuseum

Op de PAN beurs is kunst- en antiekhandel Frides Laméris prominent aanwezig in stand nummer 1, maar normaliter wordt vooral vanuit de winkel in de Spiegelstraat in Amsterdam geopereerd. Sinds de opening van het Rijksmuseum is die winkel weer in de looproute gekomen van veel museumbezoekers. En dat is te merken. Willem: ‘Wie wil dat nou niet, naast het Rijksmuseum zitten met een antiekzaak die de spullen heeft die ze daar net hebben bewonderd? Daar kan geen beurs tegenop. Er komen hier dagelijks duizenden mensen langs, van slechts een heel klein percentage van hen moeten wij het hebben.’ Kitty: ‘Dat zijn de mensen die in een goed hotel zitten, via de Spiegelstraat naar het Rijksmuseum lopen en op de terugweg zien dat ze echt kunnen kopen wat ze net hebben gezien in het museum, van dezelfde kwaliteit en dezelfde schoonheid. We zouden eigenlijk ook tussen vijf en zeven open moeten zijn, want dan gebeurt het. De locatie voor onze winkel is cruciaal. Een keer waren wij alle drie in het buitenland en had onze assistente een van de beroemdste rocksterren van de wereld als klant. Ze had dit zelf niet door en merkte pas dat er iets bijzonders aan de hand was toen ze American Express belde om de code te verifiëren van de check. Of ze deze meneer, ze sprak zijn naam op z’n Hollands uit, konden nagaan. Daar werd toen vol ongeloof op gereageerd.’

 

‘Het mooie is dat de link gelegd wordt tussen de breekbaarheid en de waarde van zoiets als het leven en vriendschap.’

 

Onderzoek

Wat doet de familie nog meer om klanten te werven? Kitty: ‘Wij doen twee keer per jaar een open huis met een tentoonstelling. Dat kan bijvoorbeeld gaan over een ontdekking waar we een lezing over organiseren. Anna heeft in september een lezing gegeven: ‘Dat was over achttiende-eeuwse glas met Nederlandse gravures waarvan men altijd dacht dat die alleen maar in Engeland zou zijn gemaakt. Ik heb nu bewijs gevonden dat het glas ook weleens hier op verschillende plekken in Nederland kan zijn gemaakt. Dit soort ontdekkingen kun je alleen doen als er al dertig jaar glazen door je handen gaan. Dan dringt zo’n inzicht zich aan je op.’

 

Door bezuinigingen in de afgelopen decennia is veel kennis verdwenen bij universiteiten en musea. Wat betekent dat voor de kunsthandel? Anna: ‘Wij worden nu steeds vaker als een soort kunsthistorisch onderzoeksbureau gezien. We geven ook colleges in glas aan een klein aantal UvA-studenten die zich na hun masteropleiding specialiseren in restauratie. Dat vinden wij buitengewoon leuk om te doen.’ En soms doen de handelaren dan ook een bijzondere ontdekking. Kitty: ‘Ik ben voor onderzoek naar filigraanglas intensief bezig geweest met een prent van een drinkuyt, een soort fopglas met een belletje, uit het boek over drinkgebruiken van Van Alkemade . Ik had nooit gedacht dat stuk ooit in werkelijkheid te zien, maar laatst stond ik er oog in oog met dat glas, the very one. Het stond bij de familie Six in hun huis op de Amstel. Ik zag het staan in een ooghoek nadat we eerst een rondleiding hadden gehad langs de schilderijen. Jan Six wist niet dat dat glas ook op een beroemde prent stond, maar vond het prachtig om te horen.’ Willem: ‘Musea en handel hebben natuurlijk over en weer veel aan elkaar te danken. Veel van wat we zien in musea is vaak  via de handel in het museum gekomen.’

  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle