‘de wandeling’

door Amsterdam Zuid

 

Voor het kunstmagazine Collect elk nummer een wandeling met een prominent in de wereld van de kunst en antiek. 

Deze keer een kunsthistorische wandeling met kunsthistoricus en toegepaste kunsthandelaar Lennart Booij door Amsterdam-Zuid.

Tekst en foto's van Koos de Wilt

 

‘Het mooie van Amsterdam is dat er steeds weer een plan komt dat wordt opgestart, maar nooit helemaal wordt afgemaakt.'

 

Kunsthistoricus Lennart Booij zit op een bankje op het Amsterdamse Museumplein. Achter hem het Stedelijk. In 2016 was hij er een jaar conservator toegepaste kunst en vormgeving. Omdat die discipline er niet de ruimte  kreeg die hem was beloofd, stapte hij op en ging weer verder met zijn andere activiteiten, waaronder kunsthandelaar. Hij startte die handel al eerder toen hij in 2013 promoveerde op de betekenis van de onderwerper René Lalique in Nederland in de periode 1900-1940. Een uit de hand gelopen passie, noemt de kunsthistoricus het. Booij herkent zich in de persoon René Lalique (1860-1945). Booij: ‘Lalique is een exponent van het interbellum, de tijd van zoeken naar nieuwe wegen. Ook nu worden wij geacht onszelf steeds opnieuw uit te vinden. Het internet en de globalisering zorgen ervoor dat we onze grip op zekerheden verliezen. Met de crisis eroverheen viel in de kunstmarkt de bread and butter weg. Kennis is nu meer dan ooit de kern. De klant kan heel veel bij elkaar googlen, aan de handelaar de taak om zijn klant te outsmarten. Anders dan ze bij Catawiki doen, moet je de spullen echt in handen hebben om te bepalen of het leuk is óf heel bijzonder. Kennis kost geld. Ik heb de fouten van de klant al gemaakt, ik heb het ‘handelscollegegeld’ betaald. Dat heet reputatie. Ik ben er al vanaf mijn veertiende mee bezig en heb veel vlieguren gemaakt.’ 

 

' Prachtig hoe ze toen in de portieken de strakke Berlagiaanse deuren combineerden met meer frivole art nouveau tegels.' 

Chique op kamers

Booij staat op en wandelt langs het Amerikaanse consulaat het chique Amsterdam-Zuid in. Hij vertelt over zijn markt: glas van Lalique en het Madoura keramiek van Picasso, daaromheen sierraden van Lalique en grafisch werk van Picasso. Booij: ‘De eerste kopers van Lalique waren de nouveau riche van de jaren twintig, zoals de mensen die hier in Amsterdam-Zuid woonden. Lalique introduceerde de Parijse luxe in Nederland. Ook de kopers van nu zijn ondernemers, mensen met lef die modern wonen met een tikje nostalgie.’ De kunsthistoricus wandelt verder de Gerard Metsustraat in. Booij: ‘Hier op nummer 28 woonde ik toen ik eind jaren tachtig kunstgeschiedenis ging studeren. Mijn hospita leefde er met haar zieke man en een oude hazewindhond. Kijk eens naar de weelderige rationele vormgeving met een Weens tintje. Mijn studentenkamer zag er ook zo uit. De Amsterdamse school architect De Klerk is hier in 1914 aan de slag gegaan nadat hij net het Scheepvaarthuis mee had ontworpen. Prachtig hoe ze toen in de portieken de strakke Berlagiaanse deuren combineerden met meer frivole art nouveau tegels. Het is zonde dat de bewoners het smeedwerk laten verroesten.’

'Auto’s hadden toen soms glazen automascottes. Lalique is er heel beroemd mee geworden, zijn matglazen beeldjes zijn nu bij verzamelaars zeer gewild.’

Het optimisme van het interbellum

Aangekomen op het drukke Roelof Hartplein vertelt Booij dat hij daar altijd een New York gevoel krijgt van de ruimtelijkheid en de hoogte van de gebouwen als Huize Lydia, Café Wildschut en het Nieuwe Huis. ‘Dit was de plek in de jaren twintig om over de Van Baerlestraat te flaneren en met je auto langs te cruisen. Auto’s hadden toen soms glazen automascottes. Lalique is er heel beroemd mee geworden, zijn matglazen beeldjes zijn nu bij verzamelaars zeer gewild.’ Booij steekt, net als in zijn studententijd, het Roelof Hartplein over en belandt in de keurige buurt met de huurwoningen van de Amsterdamsche Coöperatieve Woningvereeniging Samenwerking. Een wijk die deel uitmaakt van Berlages Plan Zuid, een stedenbouwkundig plan van 1915 voor de stadsuitbreiding van Amsterdam. Booij stopt bij een deur met speels smeedwerk en Jugendstil betegeling. ‘Je ziet hier de klimopmotieven boven de portalen op natuurlijke wijze overgaan in de echte klimop.’ Even verderop, midden op de Harmoniehof, door het Parool in 2006 uitgeroepen tot de op één na mooiste straat van Amsterdam, staat hij stil. ‘Kijk, hier een tuin waar eigenlijk niemand mag komen, maar waar wel een statige dierenfontein staat te midden van een vijver. Ik zie dit pleintje als een reactie op al de moderniteit die je toen zag in het nieuwe Amsterdam. De behoefte om een dorpsgevoel te creëren in de stad.’ Ook langs het water van de Reinier Vinkeleskade wijst Booij hierop. ‘Dit water heeft bewust niet de vorm van een gracht gekregen, maar is gebaseerd is op een romantische Engelse vijver waarbij gekozen is voor aflopende oevers met verschillende bomen, van treurwilgen tot dennenbomen.’ 

 

'Mensen fietsen er aan voorbij, maar als je even stilstaat, zie je hoe alles aan dit huis verfijnd is.’ 

Fascistoïde architectuur

Op weg naar zijn andere voormalige studentenkamer loopt Booij naar rechts langs het imposante Apollo House op de kop van de Apollolaan. In het pand is een chique advocatenkantoor gevestigd. Booij: ‘Hier zie je echt bijna nazistische architectuur, compleet met de Germaanse übermensch beelden. Indrukwekkend, maar wel streng. Toch past het goed in de mix.’ Vlak voor de brug naar de Churchill-laan wijst hij naar een klein brugwoninkje waar hij heel graag als student had willen wonen. ‘Slapen aan het water en boven werken. Nu worden die huisjes verhuurd aan toeristen.’ Hier, op het Muzenplein staat ook een rij hummelachtige zandstenen beelden. ‘Hier komen alleen verliefde stelletjes die er zich verstoppen.’ Aan de andere kant van de brug weer een Hildo Krop beeld, met eekhoorntjes en een steigerend paard. Op de kop van de Churchill-laan een wat Frank Lloyd Wright-achtige villa. ‘Met heel subtiel, kleine Pruisisch blauwe Graniver glazen tegeltjes uit Leerdam. Mensen fietsen er aan voorbij, maar als je even stilstaat, zie je hoe alles aan dit huis verfijnd is.’ 

 

K'ijk eens naar de lantaarns met kappen in de vorm van planeten. Waarschijnlijk waren mensen in die tijd gefascineerd geraakt door wat de wetenschap allemaal in het heelal ontdekte.’

Nooit helemaal uitrollen

De kunsthandelaar kuiert naar rechts de hoek om de brede Deurloostraat in waar hij de rest van zijn studententijd doorbracht. ‘Een bijzondere straat, beroemd geworden door de moordaanslag op de crimineel Cor van Hout. Ik woonde als student op nummer 88, een chambre de bonne, een meidenkamer met een wc op de gang. Strakke architectuur waarbij de meeste bordjes uit de jaren dertig er nog hangen. Brede stoepen met gevels die doorlopen en eenheid creëren. Deze architecten waren ongelofelijk goed geschoold. Kijk eens naar de lantaarns met kappen in de vorm van planeten. Dat is typisch van die tijd. De Saturnuslampen van Gispen hadden ook die vorm. Waarschijnlijk waren mensen in die tijd gefascineerd geraakt door wat de wetenschap allemaal in het heelal ontdekte.’ Booij concludeert: ‘Het mooie van Amsterdam is dat er steeds weer een plan komt dat wordt opgestart, maar nooit helemaal wordt afgemaakt. Je ziet het aan hoe de gemeente de oude lantaarns terug wilde brengen in de stad en dat het ineens ophoudt. Eigenlijk is dat prachtig. Dat is het leven.’ 

Voor even was hij conservator toegepaste kunst bij het Stedelijk

Roelof Hartplein 'Dit was de plek in de jaren twintig om over de Van Baerlestraat te flaneren en met je auto langs te cruisen'

Hildo Krop heeft veel bruggen in Amsterdam gedecoreerd. Amsterdam zorgt er niet echt goed voor, volgens Booij.

Op de kop van de Churchill-laan een wat Frank Lloyd Wright-achtige villa. ‘Met heel subtiel, kleine Pruisisch blauwe Graniver glazen tegeltjes uit Leerdam.

Hier, op het Muzenplein staat ook een rij hummelachtige zandstenen beelden. ‘Hier komen alleen verliefde stelletjes die er zich verstoppen.’

KAJ-cover-nov18-752x1024.png
  • Facebook - Grey Circle
  • LinkedIn - Grey Circle
  • Twitter - Grey Circle
  • Instagram - Grey Circle