top of page

Kunst helpt - echt


Het was mei 2022. Het was het einde van de coronatijd. En precies dát virus had ik te pakken, in een staartje van de epidemie. In een fase waarin de meeste mensen zich er niet meer zo druk om maakten als toen het een paar jaar eerder allemaal was begonnen. Ik was thuis met mijn gezin en zat alleen op de bank. Het was midden in de nacht en ik moest al mijn aandacht richten op de volgende ademhaling. En dat lukte eigenlijk niet echt goed. Ik weet wel dat ik een paar keer naar buiten ben gestrompeld en naar de sterrenhemel keek, een plek waar wel genoeg lucht en ruimte was, zo hoopte ik. Mijn vrouw keek om een hoekje en kwam naast me zitten. Onze dochter keek toe bij de deur. De hond ging lekker door met slapen. Het was verder donker en er was niet veel te zeggen. En ook niet veel om te doen, zo leek het. Afwachten tot het minder werd. Na een paar minuten ging het meestal wel weer weg en probeerden we allemaal maar weer wat te gaan slapen.


Uiteindelijk belandde ik toch in het provinciale streekziekenhuis in de buurt. Het ging niet meer. Alles stond in het ziekenhuis nog op improvisatiestand, want ja, covid. Iedereen hield afstand, maar eigenlijk zag ik er niet uit als al die hopeloze gevallen die ze in de afgelopen maanden en jaren inmiddels naar adem happend hadden ontvangen. Ik kreeg wat puffertjes en zo’n slangetje in mijn neus voor wat extra lucht. Het ging wel weer en ik kreeg nog een aantal routineonderzoekjes. Ondertussen keek ik uit over de daken van het ziekenhuiscomplex. Ik weet nog dat bij mij de vraag opkwam waarom het er allemaal zo lelijk moest uitzien, ook al deed het dak keurig waar het voor bedoeld was: regen tegenhouden. Een beetje mooi zijn, hoorde niet tot het takenpakket. Uit een paar onderzoeken bleek ondertussen dat ik niet alleen corona had, maar dat er ook sprake was van astma. Vervelend. Eentje die al een tijdje sluimerde, weliswaar. Op de foto van mijn longen bleek er verder rechts onderin de foto, buiten de longen, nog iets raars te zitten, zei de arts. Daar wilden ze wel even naar kijken…


Op de foto van mijn longen bleek er verder rechts onderin de foto, buiten de longen, nog iets raars te zitten, zei de arts. Daar wilden ze wel even naar kijken…


Slecht verhaal

Een week later zat ik weer in de wachtkamer van het plaatselijke streekziekenhuis. Met mijn vrouw. We kwamen binnen via de enge draaideuren van de grote ontvangsthal, waarin in het midden een kinderpop te zien was. Eentje die kennelijk bedoeld was om kinderen wat op te vrolijken, maar die op ons vooral overkwam als een scène uit een horrorfilm. Maar dan wel een grappige variant ervan. Hoe kunnen ze zoiets neerzetten, zeiden we tegen elkaar toen we in de wachtkamer aankwamen. Het duurde ondertussen enorm lang voordat ik aan de beurt kwam. In de wachtkamer lagen tijdschriften van vroeger, folders die voor de vorm leken te zijn gemaakt en er hingen een paar verveelde foto’s van landschappen aan de muur. Van die Hollandse landschappen waarbij het cliché van hoe je een landschap voor je ziet fabrieksmatig is nagemaakt. Om me heen zaten een paar patiënten waarmee ik gelukkig niets te maken had en die samen babbeltjes hadden over niks. Het was ook een omgeving van niks eigenlijk. En er druppelde iets bij me binnen als: is dit het nou eigenlijk? Is dit leven? Een tijdje spelen, misschien wat kinderen op de wereld zetten, wat werken, ermee stoppen, wat eendjes voederen en dan langzaam instorten en uiteindelijk worden vergeten?


Ik wilde hier zo snel mogelijk weer weg. Maar het duurde en het duurde. En ik weet nog dat ik dat op de een of andere manier opvatte als een goed teken. Als er iets ergs aan de hand was, zouden ze me toch wel voorlaten? Toen ik aan de beurt was, bleek dat helaas niet zo te zijn. Het zag er niet goed uit. Ik had nierkanker. De dienstdoende uroloog zei er meteen bij dat ik niet direct de notaris hoefde te bellen, want er zou best nog wat te doen zijn. Misschien. In de draaideuren durfde de pop mij niet aan te kijken. Want ja, wat konden zij er uiteindelijk nou aan doen?


Ik zou er geopereerd worden. Misschien zouden ze een deel van de nier verwijderen of misschien zou die er voor de zekerheid helemaal uitgehaald worden.


Operatie

Een paar weken later liepen we het grote, academische ziekenhuis in. Geen poppen bij de ingang. Ik zou er geopereerd worden. Misschien zouden ze een deel van de nier verwijderen of misschien zou die er voor de zekerheid helemaal uitgehaald worden. De mensen die ik tegenkwam waren allemaal superaardig en kordaat tegelijk. Alles was hier op functionaliteit ingericht, maar overal zat ook een warme verflaag overheen waardoor het prettig aanvoelde. Goede kleuren en fijne kunst aan de muren. Ik had een nieuwe pyjama aan en het voelde – hoe raar ook – eigenlijk best prettig. Het voelde als een hoofdstuk in een mooi verhaal, een spannend verhaal ook, maar wel mijn levensverhaal. Eentje dat het verdiende verteld te worden.

Ik herinner me dat ik de volgende dag op een operatiebed lag, in zo’n blauw pak. Dit was nou een OK, een echte, niet zoals op tv, bedacht ik me. Ik lag plat op bed aan wat snoertjes; anders had ik nog even naar het mooie uitzicht kunnen kijken. Dat moest best mooi zijn geweest, want het was ergens op een hoge afdeling. De sfeer was oké eigenlijk. Er stond een enorme groep mensen om me heen, in een kring rond mijn bed, allemaal ook in blauwe kleding. Waar zijn die allemaal voor, vroeg ik mijn nieuwe uroloog die de operatie zou uitvoeren. “Die zijn er allemaal alleen voor jou. Allemaal,” zei ze. Ik keek om me heen en iedereen keek me aan en glimlachte. Als in een goede film.


Mijn uroloog was een vrij jonge, enigszins vermoeid ogende vrouw die heel aardig was en vooral professioneel overkwam. Iemand die het gevoel gaf dat dit min of meer routine was, eigenlijk niets bijzonders. En dat gaf mij een goed gevoel. Ik kreeg een kapje over mijn mond en werd naar mijn gevoel op hetzelfde moment weer wakker met de vraag of ik een ijsje wilde. Mijn vrouw en dochter moesten om me lachen omdat het leek alsof ik in een prettige, grappige dronkenschap verkeerde. De operatie was gelukt. Ik hoefde alleen nog maar voor controle terug te komen.


In alle wachtkamers en langs alle eindeloze gangen ernaartoe hing kunst. Goede kunst. Geen verveelde foto’s van zonnebloemen of stockfoto’s van de binnenstad die ooit dienst hadden gedaan in toeristenfolders. Hier hing echte kunst, gemaakt door echte kunstenaars.


Controles

Vaak kwam ik weer terug in het ziekenhuis. Voor allerlei controles op verschillende afdelingen en bij steeds andere mensen. Heel vreemd, maar de bezoeken voelden voor mij telkens best wel prettig aan. In alle wachtkamers en langs alle eindeloze gangen ernaartoe hing kunst. Goede kunst. Geen verveelde foto’s van zonnebloemen of stockfoto’s van de binnenstad die ooit dienst hadden gedaan in toeristenfolders. Hier hing echte kunst, gemaakt door echte kunstenaars. Ik ben kunsthistoricus, dus kon het professioneel sowieso wel waarderen. Ik liep erlangs en had bij verreweg de meeste werken geen idee waar ik vluchtig naar keek. Maar bij alles had ik het gevoel dat het goed was. Dat het geen kunst was die achteloos uit de depots van een voormalige BKR-collectie was gereden, maar werk waarin kunstenaars op de een of andere manier hun ziel en zaligheid hadden gestopt. Met telkens opnieuw een fascinatie voor wat dit leven eigenlijk is en wat het voorstelt.


Want waar gaat dit leven over, bedacht ik me sindsdien steeds vaker als ik door de gangen liep van het ziekenhuis. En wat zijn eigenlijk de vragen en antwoorden daarop van kunstenaars? Wat kunnen het leven en de kunst ons leren? Wat brengen ze ons aan schoonheid, aan troost? Wat zijn de lagen in het leven die we wel en niet onder ogen hebben gezien? En welke durven we wel en niet onder ogen te zien? Ik weet nog dat ik dit soort gedachten had terwijl ik in de wachtkamers zat. Het leken ineens alledaagse vragen, alsof ik een boodschappenlijstje opstelde of de to-dolijst van de dag doornam.


Ik had geen idee waar al die kunst over ging en bij de vele, vele mensen in witte jassen die door de gangen liepen en renden, had ik ook geen idee wat die nu eigenlijk allemaal aan het doen waren, bedacht ik me. En net als bij de kunst kreeg ik het gevoel dat alles toch een betekenis had. Dat mensen er met hart en ziel aan werkten om anderen beter te maken bijvoorbeeld. Het had allemaal een doel, eentje die hoger is dan salarisschalen en andere statussymbolen overschreed.


Meer controles

Bij volgende controles zorgde ik er steeds vaker voor dat ik ruim op tijd was. Dat ging eigenlijk vanzelf. In de gangen naar de juiste afdeling stopte ik af en toe bij kunst die ik onderweg tegenkwam. Ik probeerde me voor te stellen waar ik eigen naar stond te kijken. En ook wie de kunstenaar was en waar die aan dacht toen hij of zij de opdracht voor het ziekenhuis kreeg. Zag die het als een oppepper voor het cv, om in een serieuze collectie van dit academische ziekenhuis terecht te komen? Was het gewoon een opdracht voor een openbare ruimte of speelden er ook persoonlijke gedachten mee bij het maken van het werk? Over eigen ziekenhuisopnames misschien? Of over de geboorte van een kind, die hier had plaatsgevonden, misschien wel midden in de nacht, zoals in mijn geval? Of dacht de kunstenaar aan het rusteloze, eindeloze wachten in de wachtkamer voordat witte jassen naar hem of haar toekwamen om een vonnis uit te spreken? En, zo bedacht ik me, misschien komt de kunstenaar wel af en toe stiekem langs om te kijken hoe het met zijn of haar ‘kind’ aan de muur gaat.

 

Kunst blijkt daadwerkelijk te werken, zo laat steeds meer onderzoek zien. Patiënten die in het ziekenhuis naar muziek kunnen luisteren waarvan ze houden, genezen aantoonbaar sneller en zijn eerder thuis.


Kunst in ziekenhuizen

Waar kunst in academische ziekenhuizen ooit begon als onderdeel van de zogeheten 1%-regeling, waarbij een procent van de bouwkosten van openbare ruimtes aan kunst moest worden besteed, heeft deze kunst in Nederland inmiddels een heel andere positie gekregen. Kunst blijkt daadwerkelijk te werken, zo laat steeds meer onderzoek zien. Patiënten die in het ziekenhuis naar muziek kunnen luisteren waarvan ze houden, genezen aantoonbaar sneller en zijn eerder thuis. Dat levert een enorme kostenbesparing op als je uitrekent hoeveel opnamedagen dat scheelt op jaarbasis. Improviserende musici die aan bedden op chirurgieafdelingen optreden voor patiënten blijken ervoor te zorgen dat patiënten meetbaar minder pijn en stress ervaren en sneller herstellen, zo liet onderzoek zien. Uit weer ander onderzoek blijkt dat zingen de cognitieve achteruitgang bij dementie vertraagt en dat dansen de motoriek bij Parkinson verbetert. Zo logisch eigenlijk. Kunst helpt.

 

Kunst helpt

In ziekenhuizen draait alles om genezing – maar herstel is meer dan medische zorg. Steeds vaker erkennen zorginstellingen in Nederland de waarde van kunst als essentieel onderdeel van een helende omgeving. Kunst verfraait niet alleen de ruimtes, maar onderzoek toont aan dat zij daadwerkelijk bijdraagt aan het welzijn van patiënten, bezoekers én personeel.

 

Kunst vermindert stress en angst

Wetenschappelijke studies wijzen uit dat kunst een kalmerende werking heeft. Al in de jaren ‘90 ontdekte de Amerikaanse onderzoeker Roger Ulrich dat patiënten met uitzicht op natuur sneller herstelden na een operatie dan patiënten zonder zo’n uitzicht. Ze hadden minder pijnmedicatie nodig en lagen korter in het ziekenhuis. Latere studies bevestigen dat kunst met natuurlijke of rustgevende beelden de stresshormonen verlaagt, de hartslag stabiliseert en gevoelens van angst vermindert – vooral in wachtkamers of behandelruimtes.

 

Positieve afleiding van pijn

Kunst werkt als een vorm van positieve afleiding. Onderzoek van Malenbaum en collega’s liet zien dat patiënten die kunst bekeken minder pijn rapporteerden, vooral bij chronische aandoeningen. Door de aandacht te verleggen van het lichamelijke ongemak naar iets visueel of emotioneel interessants, ervaren mensen minder spanning en ongemak.

 

Beter humeur, meer tevredenheid

Patiënten voelen zich prettiger in een omgeving waar kunst aanwezig is. Uit een systematische review door Daykin et al. blijkt dat kunstinterventies – zoals schilderijen, foto’s of participatieve kunstprojecten – bijdragen aan een positievere stemming en grotere tevredenheid over de zorgomgeving. Dit geldt ook voor zorgmedewerkers, die minder stress en meer werkplezier ervaren in een inspirerende omgeving.

 

Kunst als onderdeel van zorg

In Nederland integreren steeds meer ziekenhuizen kunst in hun inrichting en beleid. Van permanente collecties tot tijdelijke exposities en interactieve installaties: kunst wordt steeds vaker gezien als meer dan decoratie – het is een actieve bondgenoot in het genezingsproces.

 

Juist op momenten dat we in aanraking komen met het medische circuit, gaan we ons bezighouden met dingen die echt belangrijk zijn in ons leven.


Juist in ziekenhuizen

Juist op momenten dat we in aanraking komen met het medische circuit, gaan we ons bezighouden met dingen die echt belangrijk zijn in ons leven. Zo constateerde ook paus Franciscus toen hij zelf ooit in het ziekenhuis belandde. Hij schreef: ‘De absolute waarheid van mensen openbaart zich meestal alleen in momenten van pijn of bij de reële dreiging van een onomkeerbaar verlies. Een ziekenhuis is een plek waar mensen hun maskers afleggen en zichzelf laten zien zoals ze werkelijk zijn, in hun puurste essentie.’ 

 

Als mensen baby’s op de wereld zetten en ook als mensen afscheid nemen van het leven, staan we open voor zaken die er echt toe doen. In een mensenleven komen meer momenten voor waarbij we een spiegel krijgen voorgezet. Zo krijgen we soms ineens te maken met een hartaanval, met kankerbehandeling of met minder ingrijpende ingrepen waarbij je even uit je dagelijkse ritme wordt gehaald. Het komt dan aan op goeie medische hulp en zorg aan het bed. Het zijn allemaal de momenten dat we open staan voor vragen over waar het in dit leven eigenlijk over gaat, in al zijn lagen en onbegrijpelijke aspecten. En laat dat nu precies de dingen zijn waar kunst over gaat. Het zijn de dingen waar de literatuur zich mee bezig houdt, en ook de schilderkunst, muziek, film en alle andere vormen van creatieve expressie. Kunst is een medicijn zonder negatieve bijwerkingen. Het is daarom dat in de Nederlandse – met name academische – ziekenhuizen kunst wordt ingezet en er serieuze kunstcollecties zijn en waarbij muziek wordt ingezet als manier om mensen gezond te maken.

 

Ik heb nog steeds controles. En ik beschouw ze steeds meer ook als een museumbezoek. Ik neem de tijd om een paar favoriete op te zoeken in de openbare ruimtes. En op de gang stop ik vaak ineens voor een werk dat ik nog nooit gezien had, maar dan op dat moment betekenis krijgt. Een werk dat dit leven, in alle hoogtes en dieptes, weer een nieuwe reden geeft om geleefd te worden. Dat is wat kunst kan doen.

 

 

1. Ulrich, R.S. (1991). "Effects of health facility interior design on wellness: Theory and recent scientific research." Journal of Health Care Design.

2. Nanda, U., Eisen, S., & Baladandayuthapani, V. (2011). "Nature imagery and positive distractions: A study of preference, physiology and behavior." HERD.

3. Malenbaum, S., Keefe, F.J., Williams, A.C., Ulrich, R., & Somers, T.J. (2008). "Art and health: Psychological and physiological effects of art images in health care environments." The Arts in Psychotherapy.

4. Daykin, N., Byrne, E., Soteriou, T., & O'Connor, S. (2008). "Review: The impact of art, design and environment in mental healthcare: A systematic review of the literature." Journal of the Royal Society for the Promotion of Health.

5. Sloane, P.D. et al. (2007). "Effect of Person-Centered Showering and the Towel Bath on Bathing-Associated Aggression, Agitation, and Discomfort in Nursing Home Residents with Dementia." Archives of Internal Medicine.

 

 

 
 
 

1 opmerking


dafna zwarts
dafna zwarts
24 minuten geleden

Mooi stuk, Koos, en wat een heftige ziekte-ervaring, gelukkig goede afloop.

Like
  • LinkedIn
  • Instagram
bottom of page